Het FORCE-onderzoek

Het onderzoek

In FORCE willen wij het gebrek aan kennis over zeldzame kankersoorten verbeteren. Dit doen wij door gegevens en materiaal van patiënten te verzamelen. Op deze manier stellen wij een ‘data- en biobank’ op, die gebruikt kan worden voor het beantwoorden van wetenschappelijke vragen. 1 op de 5 patiënten met kanker heeft een zeldzame kanker. Hun overleving blijft achter vergeleken met patiënten die een vaker voorkomende kanker hebben. Omdat de kanker minder vaak voor komt, is er vaak minder informatie over beschikbaar. In vergelijking met vaker voorkomende kankers is het voor een patiënt met zeldzame kanker zo dat:

1) De kanker vaak later wordt gevonden. Dit komt doordat de klachten laat herkend
worden.

2) Er minder kans is op de juiste behandeling.

3) Het doen van onderzoek lastiger. Dit komt omdat het ingewikkeld is om
voldoende gegevens van patiënten te verzamelen

4) Er minder lotgenoten zijn. Er zijn immers minder mensen zijn met dezelfde
kanker.

De kanker opsporen

In FORCE willen we graag manieren onderzoeken om te zorgen dat een zeldzame kanker eerder wordt opgespoord. We zien hiervoor veel mogelijkheden in het gebruik van een nieuwe techniek. Hierbij wordt in het bloed gezocht naar sporen van de kanker. Met deze techniek hopen we in de toekomst nieuwe testen te kunnen ontwikkelen, die bijvoorbeeld:

1) Het vaststellen van de kanker bij de eerste klachten makkelijker maakt.

2) De terugkomst van een kanker met slechts één buisje bloed goed kan

voorspellen. Dit zou bijvoorbeeld kunnen zorgen dat het aantal scans

verminderd kan worden.

De eerste onderzoeksresultaten voor patiënten met bijvoorbeeld darmkanker of longkanker zijn veelbelovend. Het doel van FORCE is om dit ook voor patiënten met een zeldzame kanker mogelijk te maken. Voor dit onderzoek hebben we informatie van patiënten met een zeldzame kanker nodig. Voor dit onderzoek zullen we op verschillende momenten bloed afnemen en gezondheidsgegevens verzamelen.

Neuro-endocriene tumoren zijn de eerste kankersoort waarmee we van start gaan. Verdere uitleg over dit onderdeel zal dit voorjaar (2024) volgen.

Hoe vind je sporen van kanker in het bloed?

Er worden momenteel veel nieuwe technieken ontwikkeld om kanker op te sporen in het bloed van de patiënt. Veel van deze technieken zijn gebaseerd op het vaststellen van
genetisch materiaal van kanker in het bloed, oftewel circulerend tumor DNA (ctDNA). Om te begrijpen hoe deze test werkt, nemen we een stapje terug:

30.000 miljard cellen

Ons lichaam bevat meer dan 30.000 miljard cellen. Veel van deze cellen hebben verschillende functies: het ene type zorgt er bijvoorbeeld voor dat we licht kunnen zien en dus kunnen kijken, het andere type zorgt ervoor dat het hart blijft kloppen. Alle typen cellen samen vormen de mens. Hoe de cellen er precies uitzien en waarom ze werken
zoals ze werken ligt vast in de ‘genetische code’, ofwel het DNA.

Het DNA

Het DNA bevat alle informatie die nodig is om er uit te zien zoals je eruit ziet, en is (met uitzondering van eeneiige tweelingen) uniek van persoon tot persoon. Behalve hoe je
eruit ziet, bevat het DNA ook alle informatie die nodig is om een cel z’n specifieke functie goed te laten uitvoeren.

Beschadiging

Wanneer het DNA in een cel beschadigt, kan de cel ontregeld raken, en kan er kanker ontstaan. Het DNA van zo’n kanker is daardoor anders dan het DNA van de normale cellen. Het kanker-DNA kan vanuit de kanker in het bloed terecht komen. Dit is de basis
van de ‘ctDNA’ test.

ctDNA test

In de ctDNA test bepalen we 1) Het normale DNA en 2) Het DNA in het bloed. Door deze twee metingen met elkaar te vergelijken, kunnen we bepalen hoeveel DNA in het bloed
afwijkt van het normale DNA, en dus van de tumor afkomstig is.